Eenvoud is schoonheid dat telt twee drie
Ook als jij hier bent, ik daar
Afstand is voor wetenschaplijk geleerde
Dom is veel dichter bij, dichterbij
Hou me voel me zie me
Ook al smeek ik je erom
Laat de aarde draaien, tollen
Langs je benen langs mijn tong
Het licht zwaai als vuurtoren, door je ogen heen
In je blik schittert het,
Kort overtuigd
Zwem ik er tegen heen
Te laat zoals alles gaat en ging
Gister vandaag en morgen
Door mijn handen glippen
Der oud der dom
Ss
En
Ww
En
Omgekeerdevenredige
Jachttrofeeën
Opgelaten
Afgelaten
Ingelaten
Nagelaten
Leeglopen
Woorden
Sap
Stel: Een fantasie is een werkelijkheid die niet bestaat, omdat ie geen fysieke gedaante heeft.
Het is maar een poging, armzalig uiteraard, maar daarin weerklinkt mijn twijfel allicht. Ware ik zekerder, dan ware mijn pogingen kordater, mijn stellingnamen resoluter en ik mijzelf niet. Misschien lijk ik te zeer, te pijnlijk, op mijn jongste kind, mijn vrucht, mijn bloed, mijn appel, mijn peer.
Hij fantaseerde zich, met een zelf aangemeten hoedanigheid in de politiesfeer, teneinde boeventronies te ontmaskeren, het donkere gat van de trap op. Met elke tree steeg zijn vrees. Hoe dichter hij zijn fantasie naderde, des te trager werd zijn voorgenomen pas.
Door het ontbreken van een fysieke gedaante hoe dan ook, liet hij zich niet remmen in zijn abrupt gekozen weg omlaag, noch door de stoffelijke randvoorwaarden van de trap.
Het geluk was aan zijn zijde, waar het hoort als je 5 jaar en een tovenaarsleerling bent. Beiden eindigden in mijn reddende armen. Het vaderschap is op het juiste moment op de juiste plek zijn. In den beginne, tot het eind, en vooral ook vaak onderweg.
Prachtig, hoezee wellicht, maar hoe zit dat met de liefde eigenlijk?
Welke fysieke gedaante moet die aannemen om werkelijk te zijn?
Ik heb me ook menig trap naar menig slaapkamer op gefantaseerd, hoewel veel te zwaar om mijn oude vader nog met mijn volle gewicht te confronteren. Kracht = massa x versnelling gedeeld door leeftijd van de ontvangende armen. Maar, maar dat.. . Dat is toegepaste mechanica! Eindelijk, na 30 jaar dolen door het niemandsland tussen vergeten en gebruiken, heeft de wijze les der natuurkunde zijn weergave gevonden.
Fijn voor meneer Houtepen. Maar die is al lang geen werkelijkheid meer.
Tegenover waar mijn liefs woont is gesteld
het karkas van een nieuwe bouwen
Geen raam, geen deur, maar lege gaten
Waardoor het winterlicht verbleekt
Van het gebrek aan substantiële zaken
Betonnen rot geraamte, meer is t niet waard
Levenloos, leeg en koud
Wie zich nu nog bovenop waagt
Valt zich domweg naar beneden
En breekt zich de rug, of beide benen
De bouwers zijn achteloos op verlet gesteld, vastgevroren op hun wijf
Ik ben van winter ‘63
Te klein geboren en nauwelijks op temperatuur te houden
De vorst heeft mij nooit meer verlaten
Kleurloze druppels smeltwater op een papieren kater
Waar de schepper twijfelloos ooit schone gedachten heeft gehad
Verrijst nu het lelijk gevaarte
Een pakhuis van geloofde gelukjes
Mij staat het slechts het kijken in de weg
naar de horizon, naar buiten, naar later
JR 01-01-08
De meeste opa’s hebben er een vishengel.
Mijn opa had een denktank in de schuur.
‘Mijn souveniertje uit de oorlog’, gromde hij liefkozend.
Als hij oma, de kinderen en kleinkinderen, of gewoon iedereen zat was, trok hij zich daar in terug. Aan ons kinderen nieuwsgierig te zijn naar wat opa daar nu eigenlijk uitvroot.
Hij had ons weliswaar met een minimum aan woorden en een maximum aan strenge blikken de toegang nadrukkelijk ontzegd, maar dat deed hij niet voor niets, dachten wij te weten.
Het was een onooglijk en weinig indrukwekkend ding, maar opa’s ijselijk gillen van binnen
resoneerde in onze gammele borstkastjes.
Oma deed of ze onze vragende gezichten niet zag en schonk ons nog een glas siroop in.
Dat we een blik door het enige kleine, ronde raampje zouden gaan werpen was even onvermijdelijk als ons groter groeien en het verstrijken van de tijd.
Hij sloeg er kippen zonder kop, met een botte bijl.
In hun wilde vlucht voor opa’s slagveldgeluiden spetterden zij hun bloed tegen ons venster op het gebeuren.
‘Het is gewoon een gastank’, zuchtte oma toen hij eindelijk dood bleef,
en bracht ons nog een pilsie
“De enige goede vrouw is een dode vrouw”,
is mijn gedachten
wanneer ik me laat bedwelmen
door de zoetwarme avondlucht
die in nog de straten hangt
Door flanerende vrouwen getrokken geursporen
Voor de zoekenden en de dwalenden
De onvrijheid van het niet vinden
En het zweet van mijn aangezicht
De godgloeiende soberano
De dode vrouw en ik
Jan Roman, Segovia, juli 2004
Mijn domme kus, Oidipus!
Moeiteloos was mijn kus, uit een gelovig hart gegeven
Natuurgetrouw mijn scheppingsdrang, en bang
Gerechtigheid in uw moeders zorg, en de aarde beefde
Mateloos mijn geldingszang, en lang en lang en lang
*
Heb aan ’t odeur gesnoven, zat een dineren aan
Mijn carrierehu gemaak, en heef mij veel geld gekregen
Heb water aan een plant gegeven, want daar houden ze zo van
Deed de was, deed de af en deed een Switserleven
*
Brak mijn botten op de weg naar beneden
Brak mijn rug, brak mijn ziel, brak mijn klomp
Nu zit ik hier weer plan te smeden
In het diepst van mijn geest ben ik dom
De thuisgevangenis heeft in 2007 een enorme opmars gemaakt.
Het aantal gedetineerden dat z’n straf thuis uitzit groeit sterk.
De dagen van mannen met een enkelband lijken sterk op die van een traditionele huisvrouw.
“Eén van de voordelen is dat je gewoon een pilsje kunt drinken”, glimlacht Rien.
Hij moet nog 7264 dagen zitten vanwege een crime passionele.
“Foutje,” zegt Rien.
Hij zit thuis op de bank. Zijn enkelband registreert of hij zich wel aan de regels houdt.
Hij speelt met het bandje om z’n enkel, het lijkt op een groot horloge zonder wijzerplaat.
Rien overweegt om, bij wijze van experiment, zijn enkelband door te knagen
Zijn vrouw keurt dat af, zij beschouwt de elektronische detentie van haar man als een grote test van zijn verantwoordelijkheidsgevoel en zelfbeheersing.
“Hij brengt iedere dag zijn dochters naar school en doet de boodschappen.”
.
Ik had al vernomen dat het aantal huwelijken weer spectaculair is gestegen,
maar nu daalt het aantal scheidingen ook.
De Sociale Dienst, excuseer het UWV, zal ongetwijfeld op een idee zijn gebracht.
En er waren al veel teveel schrijvers.
Het Kruidvat maakt reclame voor de Herman Brood Klok voor slechts 9,95 en in diverse prints.
Geautoriseerd artwork, goedgekeurde dode.
Mijn lontje brandt langzaam op.
Nog één keer haal ik diep adem, dan stopt de tijd.
Alles begon met de oerknal als je God niet mag geloven.
Logischerwijze gaat het daar dan ook mee eindigen.
Ik hou van ronde cirkels, daar kan ik niets aan doen.
Een kind dat zich wil laten gelden gaat schreeuwen. Het tweede kind moet dat overstemmen en het jongste verheft zijn stem tot de derde macht.
Dat gaat generatie op generatie zo en de pijngrens is inmiddels bereikt.
Hiermee is wat mij betreft het grote lijden van ouders in één klap uitgelegd.
Ze zijn lief, mijn oogappels, maar oorverdovend.
Wijselijk maar valselijk geeft de natuur de kinderen in toenemende mate een ingebouwde knaldemper mee. Hoe langer hoe meer buisjes zijn er nodig om de kinderen nog met hun eigen uitstoot te confronteren. De brulfunctie is evolutionair blijkbaar interessanter dan die van het luisteren. Mochten we – tot waanzin gedreven door het al verworven kroost – nog een kind krijgen, dan laten we met kraamverzorgster en de verloskundige de KNO-arts ook gelijk uitrukken. Met de huidige medische technologie moet het mogelijk zijn de pasgeborene onmiddellijk met een versterkte weergave van zijn eerste oerkreten om de oren te slaan.
Dat zal ‘m (het zal wel weer een jongetje worden) leren, de stilte te koesteren.
Mijn medeleven gaat uit naar de ouders van grote gezinnen.
Hun jongste kind zal onweerstaanbaar opgroeien tot dj of sergeant-majoor, in een poging z’n grootste talent te gelden te maken.
Ik zat op de grond en krapte me op de rug, en viel niemand lastig.
“Grote aap”, zei mijn 2-jarige uit het niets tegen me, met z’n grootste ogen omhoog kijkend. Hij lachte er weliswaar uitdagend, doch bijzonder vertederend bij.
Nou heeft hij daar zondermeer volkomen gelijk in, en mijn eerste impuls was dan ook hem te overladen met mijn dierlijke liefde. Maar hoe is hij ertoe gekomen? En hoe heeft hij het schelden geleerd? Wie heeft hem de kunst bijgebracht? En waarom heeft hij het geleerd?
Dat heeft hij zich natuurlijk niet vooraf afgevraagd.
Kortom, veel gedachten voor een primaat. Dus leg ik die loden last terug bij hem.
“Papa dom”, antwoord hij effectief, schijnbaar niet van slag door mijn repliek.
Hij vond het duidelijk geestig, in al z’n onschuld, dacht ik dan.
Maar als grote aap heb ik er toch zo m’n bedenkingen bij.
Misschien ben ik te vaak geconfronteerd met woorden als kutaap, zoals gebezigd door menselijke bezoekers. Je hoort nogal eens wat in de dierentuin.
Zeker heb ik te vaak de Homo Sapiens zijn eigen soort zien beschadigen.
Op het voetbalveld, en vooral er naast. In de kroeg, op het werk, op het schoolplein.
In de krant, op tv en in de film. Gesterkt en verblind in een razende kudde, maar ook wanhopig solitair, eenzaam in de strijd tegen de altijd dreigende dood.
Mensen hebben de behoefte elkaar te beledigen. Het kleine aapje kan daar niets aan doen.
Papa richtte zich op tot Homo Erectus, nam de kleine bij de poot, en samen gingen ze aan de tralies van hun kooi rammelen. De kooi ging niet zomaar open, maar kleine aap droomde die nacht van zijn aanstaande ontsnapping.
Als het weer weer tegenzit, vraag ‘k me bij herhaling af wat mijn kinderen eigenlijk aan mij bindt. Ik bedoel, of er enige oprechtheid zit in het kleine beetje aardig doen, dat ik bij de gratie Gods en met veel geweld uit hun kleine hartjes mag rukken.
Goed opgevoed als ze zijn, laten ze zich door mij kussen bij het van school halen en in bed leggen.
Ze hebben ze er uiteraard alle belang bij hun provider te vriend te houden, maar van oubollige onzin als verantwoordelijkheidsgevoel, zorg en loyaliteit hebben ze weinig last.
En liefde kan het onmogelijk zijn, want dat moet je leren, en ik ben er met al die jaren ervaring nog verdomd onhandig in.
“Huh, wat? Wat zei je lieverd?”
Vanwaar dan die welgemeende genegenheid die ze voor mij spelen?
Wat voor handel met voorkennis heb ik met mijn sperma naar binnengesmokkeld?
Blijkbaar heb ik (we, sorry schat) ze zo geprogrammeerd, dat uitingen van sympathie aan het adres van hun ouders/opvoeders ook in het masterplan zijn opgenomen.
Dus eigenlijk zou ik me moeten afvragen wat mijn belang erbij is.
Alsof die kinderen nooit iets gewoon voor zichzelf doen.
Ondertussen is de kleine op mijn voet gaan zitten en maakt heftige wipwap-bewegingen (oefening baart kunst en kinderen) tegen m’n scheenbeen.
Als ik hem om opheldering vraag, zegt hij, zich aan me opdringend “Paardje?”, de kleine slijmjurk.
“Nee jongen, hou op! Ik ben geen paardje, ik ben je vader!”