En ja, waar is God eigenlijk? Gebleven?
Moeder voerde op haar sterfbed een niet te winnen gevecht met die vraag.
‘God is liefde’ zei het goudelijke bordje op het kruis boven de deur van de woonkamer.
God is liefde. Bestaat God dan toch niet, maar is Hij een universeel symbool voor alles wat je liefde mag noemen? Of heeft de liefde voor God het alleenrecht?
Roman zou liefst dat fucking kruis op z’n knie tot splinters breken, met terugwerkende kracht. Niet omdat het niet waar was ofzo, maar om de verdomde arrogantie iets op z’n minst discutabels als liefde stomweg te claimen. Zoete woordjes fluisteren tegen een dikke Franse hoer om haar te kunnen neuken.
‘T was nogal wat.
Moeder wist niet meer of ie bestond. Moeder wist nauwelijks meer of ze zelf bestond, by the way.
Moeder mompelde maar wat, en maakte steeds het gebaar van een glas aan haar lippen zetten.
Waarbij het glas net onder haar neus paste. En haar neus juist in het glas.
We lachten erom, het was ook geestig, vanwege moeders geprogrammeerde drinkgewoonte, en haar grote neus. Half 4, dan mag het, mocht het. Misschien had het arme mens gewoon dorst en vroeg ze om water, om de uitgedroogde lippen aan haar uitgedroogde lichaam te bevochtigen.
En het gebaar bleef ze maken, ondanks haar zeer lage bewustzijnsniveau, dan wel dankzij.
Maar voor een plastic beker met water trok ze haar neus op, alsof ze aan ammoniak snoof, met een wilde ruk het hoofd wegdraaiend. En ze maakte een vies gezicht. En waaide met haar hand de prikkelende lucht weg. Met een vies gezicht. Afkeuring.
Moeder was van de catechismus en de grote witte man met de baard. Van hemel en hel en de aardse zondes. Van dreigende plaatjes in dreigende boeken, van onheil, vage vuur en de Dag der Dagen. Van kuisheid en Het Gezin. Gaat heen en vermenigvuldig u tot Heilige Kinderen. En nooit meer scheiden wat God verenigd heeft. Dus wat haar nu deed twijfelen?
Roman had nooit gedacht dat moeders geloof in God wankelde. Eerlijk gezegd had hij er überhaupt geen gedachten over gehad. En nu werd hij ertoe gedwongen. Moeder twijfelt over God. Daarvoor moet je eerst bijna doodgaan, blijkbaar, eer die vraag prominent genoeg wordt om onvermijdelijk te zijn.
Prominent, nu moeder de ultieme angst, de doodsangst beleefde.
Je zou zomaar aan alles gaan twijfelen. Is ook een comfortabele levenshouding. Twijfelen aan alles. Is het enige effectieve medicijn tegen keuzes maken. De enige geaccepteerde reden. Hardop uitgesproken.
Als je het gewoon niet weet.
Roman was van op zondagochtend de hulpkerk klaarzetten voor een nieuwbouwwijk vol intellectuele, tweeverdienende geërfde gelovigen. Stomme gordijnen in stomme haakjes aan nieuwbouwaltaren haken. Stoelen in nette rijen zetten. En dat ging nog wel, tot ie in de pubertijd op zaterdagnacht het lichaam van Christus tot op de laatste druppels leeg slurpte en met een van schuld kloppend hoofd des ochtends tot de orde werd geroepen. Maar hij kende wel alle liedjes, die hem tot op de dag van vandaag tot op het bot ontroerde. Jerusalaim, o stad van vrede. 40 jaar woestijn. Stil maar, wacht maar.
Waar wachten we eigenlijk op? Tot moeder dood gaat eigenlijk. Tot haar laatste kind om 5 voor 12 nog komt binnenvallen. Zelfs het einde van de wereld was nog niet ver genoeg om aan moeder te ontsnappen. En dat wist ie wel, maar deed net alsof, zoals wij allemaal.
En toen kon mama in vrede sterven. Al haar kroost was hier.
Maar of ze dat nog besefte, of dat wij dat nog besefte? In elke geval besloten wij dat ze nu rustig kon doodgaan, moeder konden we het niet meer vragen maar haar wel in haar sterfbed drukken. Of dat God het besliste. Wij deden wat van ons verwacht. En moeder ook. Uiteindelijk.
Stuur door
Dit is niet OK