Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 
 

Bokito

 
Ik zat op de grond en krapte me op de rug, en viel niemand lastig.
“Grote aap”, zei mijn 2-jarige uit het niets tegen me, met z’n grootste ogen omhoog kijkend. Hij lachte er weliswaar uitdagend, doch bijzonder vertederend bij.
Nou heeft hij daar zondermeer volkomen gelijk in, en mijn eerste impuls was dan ook hem te overladen met mijn dierlijke liefde. Maar hoe is hij ertoe gekomen? En hoe heeft hij het schelden geleerd? Wie heeft hem de kunst bijgebracht? En waarom heeft hij het geleerd?
Dat heeft hij zich natuurlijk niet vooraf afgevraagd.
Kortom, veel gedachten voor een primaat. Dus leg ik die loden last terug bij hem.
“Papa dom”, antwoord hij effectief, schijnbaar niet van slag door mijn repliek.
Hij vond het duidelijk geestig, in al z’n onschuld, dacht ik dan.
Maar als grote aap heb ik er toch zo m’n bedenkingen bij.
Misschien ben ik te vaak geconfronteerd met woorden als kutaap, zoals gebezigd door menselijke bezoekers. Je hoort nogal eens wat in de dierentuin.
Zeker heb ik te vaak de Homo Sapiens zijn eigen soort zien beschadigen.
Op het voetbalveld, en vooral er naast. In de kroeg, op het werk, op het schoolplein.
In de krant, op tv en in de film. Gesterkt en verblind in een razende kudde, maar ook wanhopig solitair, eenzaam in de strijd tegen de altijd dreigende dood.
Mensen hebben de behoefte elkaar te beledigen. Het kleine aapje kan daar niets aan doen.
Papa richtte zich op tot Homo Erectus, nam de kleine bij de poot, en samen gingen ze aan de tralies van hun kooi rammelen. De kooi ging niet zomaar open, maar kleine aap droomde die nacht van zijn aanstaande ontsnapping.

 Stuur door   Dit is niet OK 

 
 

Favoriete blogs

Links

 

Tags