Als het weer weer tegenzit, vraag ‘k me bij herhaling af wat mijn kinderen eigenlijk aan mij bindt. Ik bedoel, of er enige oprechtheid zit in het kleine beetje aardig doen, dat ik bij de gratie Gods en met veel geweld uit hun kleine hartjes mag rukken.
Goed opgevoed als ze zijn, laten ze zich door mij kussen bij het van school halen en in bed leggen.
Ze hebben ze er uiteraard alle belang bij hun provider te vriend te houden, maar van oubollige onzin als verantwoordelijkheidsgevoel, zorg en loyaliteit hebben ze weinig last.
En liefde kan het onmogelijk zijn, want dat moet je leren, en ik ben er met al die jaren ervaring nog verdomd onhandig in.
“Huh, wat? Wat zei je lieverd?”
Vanwaar dan die welgemeende genegenheid die ze voor mij spelen?
Wat voor handel met voorkennis heb ik met mijn sperma naar binnengesmokkeld?
Blijkbaar heb ik (we, sorry schat) ze zo geprogrammeerd, dat uitingen van sympathie aan het adres van hun ouders/opvoeders ook in het masterplan zijn opgenomen.
Dus eigenlijk zou ik me moeten afvragen wat mijn belang erbij is.
Alsof die kinderen nooit iets gewoon voor zichzelf doen.
Ondertussen is de kleine op mijn voet gaan zitten en maakt heftige wipwap-bewegingen (oefening baart kunst en kinderen) tegen m’n scheenbeen.
Als ik hem om opheldering vraag, zegt hij, zich aan me opdringend “Paardje?”, de kleine slijmjurk.
“Nee jongen, hou op! Ik ben geen paardje, ik ben je vader!”
Stuur door
Dit is niet OK