Tja, dat het er van komen moest, was klaarblijkelijk als de ochtendurine.
Met een paar ontroerende druppeltjes op de bril, nog maar.
Een paar druppeltjes gebrek aan routine, spettertjes losgelaten controle, traantjes van verloren concentratie op het hier en nu, tussen het daar en straks, misschien.
Wij liggen daar hier niet langer wakker van, in dit piemeltjesgebeuren, van de vertrouwde geur van onze roedel dan, waarmee we geen vrouw nimmer meer ontrieven zullen.
Het valt ons zwaar ons te concentreren op buiten onze natuur, als honden die wij zijn.
Dat geldt ook zeker ons werk en ons school, waarop wij zitten, als daar leuke juffen zijn.
Al ons aanvankelijk verzet tegen de onderzoeken die ons vertellen moeten dat we het kunnen noch zijn, is geconcentreerd in hun aanwezigheid. Gebroken door de eenduidigheid van de schoonheid, in hun lach, in hun haren. Bij het welkom heten op een nieuwe dag, het tonen van het desnoods verzonnen soms fysieke meegenomene, en het plaatsnemen met een zucht. Waar we onze dagen slijten als onze kleine knieën in onzer broek. Zonder moeders verdriet.
Je zou het niet zeggen van mijn kleine man, als het boek niet voorschrijft wat hij leest.
Wanneer de lijm meer aan zijn beweeglijke vingertjes hecht dan aan een dood karton.
Als er meer harde sommen in het schrift staan dan uit zijn zachte hoofdje komen.
En de juf over ons heen komt hangen, extra lang, met haar zoete warme toverwoorden.
Dan glimlachen wij
En begrijpt papa het wel, toch, pap?
Met minder dan modaal geveinsde vaderschap
Dat het soms gewoon uit ons druppelt
Stuur door
Dit is niet OK