Ik ben gezegend ( ik kan zo gauw geen adequater weergave voor mijn huidige gemoedstoestand vinden) met 3 zoons.
Ons huishouden is dan ook een echte mannenwereld.
De wc-vloer moet erg vaak gedweild. Op de tv is meestal – al dan niet virtueel – voetbal.
We praten zelden met elkaar, maar als we dat doen, dan gaat het ook ergens over.
De jongens hebben dagelijks, ongetwijfeld met goede bedoelingen van God, hun nichtje over de vloer. Tijdens een spel met haar:
“Ze zouden ons op school eens moeten leren om meisjes te begrijpen” , verzuchtte de oudste (8 jaar).
“Hoezo?”, mompelde ik, opgeschrikt uit de schijndood, waarin ik me terugtrek om het geweld en lawaai in huis te doorstaan.. “Waarom zeg je dat?”
“Ik begrijp niets van ze”
“Leer je dat dan niet op school?”
“Nee”
“Misschien moet je dan eens vaker met een meisje praten”, pochte ik.
Waarop m’n tweede zoon

, die zich tot op dat moment wijselijk op de vlakte had gehouden, in een onbedaarlijk lachen uitbarstte.
Ik trok me geslagen terug, maar de twee zetten het gesprek nog even voort:
“Met welk meisje praat jij het meest?”
“Mm, ik denk met mama”
Zonen van hun vader.
En met instemmend gegrom werd het gesprek beëindigd.
Had ik maar een dochter, dan kon ik ook eens niet begrijpen.
De jongste is twee, misschien is die nog te redden.
Hij kijkt, als geroepen, even op van z’n auto’s. Ik geef op
Stuur door
Dit is niet OK