De dood en de tandarts
Hoewel hij zijn avondrust trachtte te koesteren, koos hij ervoor het bedse huilen van zijn jongste zoon au serieux te nemen. Hij stak de borst vooruit van het hem wel even zullen leren,
want het is zelden au serieux, in den avond, in den bedde. Als doorwinterde vader ontwikkelde hij een ragfijn gevoel, of laten we zeggen chanteerbaar respect, voor goed uitgevoerd drama, dat zich aan de echtheid schurkt, als het ademhalen aan het leven.
En bedrogen kwam hij niet uit, op de plaats delict, waar sprake was van zaken die zijn aandacht behoeven.
Door het decorum van snot, snik en tranen wist zijn zoon hem te ontvouwen waar de pijn hem sneed: ‘Papa, ik wil niet dood.’
Voller met tanden kan een vader’s bek niet zijn. Zijn gemoed schoot zich vol met natte geworden kruit. Leeg plots, zijn doorgaans goedgevuld arsenaal aan valse hopen.
Hij moest eraan denken, aan oma, en rokers sterven jonger en meer van dat soort dagelijkse kost. En soms word je dat teveel, als je in bed ligt, alleen, en je het leven nog een beetje hoort.
‘En ik wil ook niet dat jij dood gaat, ‘ was zijn volgende acte, waarmee hij zijn publiek definitief de das om deed, omdat hij het gaf waarvoor het betaalde:
plichtsbesef, schuldgevoel, en ouderlijk falen.
Dat werd weer bij papa slapen. Met één meesterlijke scène nam hij zijn vader’s bed, zijn slapen en zijn tranen.
Terwijl de vader het blozend slapend kind naast hem bewonderde en zijn kille lichaam probeerde te bedekken met een onverhoopt overgeschoten klein hoekje van het dekbed, bedacht hij zich dat hij morgen naar de tandarts moest. En hij rilde. Angst wordt nooit meer volwassen, hoe vaak hij ook door de wasstraat van rationele gedachten gaat.
Stuur door
Dit is niet OK