(Chronische vermoeidheid)
Bestaat chronische vermoeidheid nu wel of niet!
Ik word doodmoe én chagrijnig van de eindeloosheid van de discussie.
De Gezondheidsraad vindt van wel, de minister van niet, en de kamer zet er in alle wijsheid vraagtekens bij.
Ik heb geleerd dat bestuurders moeten beslissen – het is links of rechts, of rechtdoor tegen een boom. Aangezien de minimale eisen aan een zelfstandige aandoening een halfjaar hoofdpijn, gewrichtspijn, spierpijn en pijn aan hals of okselklieren zijn, is het laatste misschien wel de beste optie.
Maar goed laat ik de twist (of moet ik debat zeggen) dan maar beëindigen: het bestaat.
Maar wat is dan de oorzaak?
Wat archeologie in mijn eigen voedingsbodem legt het volgende bloot.
De vroegste vondsten van vermoeidheid stammen uit de pubertijd.
We vinden “niet uit bed kunnen komen”, “slapen tijdens de les” en “ik heb geen huiswerk” als relikwieën van vergelijkbare verschijnselen.
In dit era komen we ook schoolziek, gymziek (dames) en lovesick tegen.
Later in de geschiedenis zal het verworden tot veelvuldig spijbelen, drop-out, langdurige werkeloosheid en grijs ziekteverzuim.
Dit brengt me tot de hypothese dat het een hormonenkwestie is.
Hormonen in ons voedsel, erectie- en anticonceptiepillen zullen er ongetwijfeld een rol in spelen. Seks dus, seks is de schuld van alles.
Dan blijven er nog maar twee behandelingen over. Gedragstherapie of castratie. En de vrouwen geen chocolade meer.
Stuur door
Dit is niet OK