Goede voornemens maak ik altijd achteraf. Als door de bliksem getroffen siddert mijn zenuwstelsel bij een zich onaangekondigd manifesterend inzicht. Koude rillingen, kippenvel. Dat soort ordinaire sensaties bevestigen de ontvangst van een piepkleine dosis wijsheid.
De vervolgens veel te grote conclusies kun je rustig overlaten aan mijn naar prikkels snakkende, maar doorgaans doezelende brein..
Ik zit me te vervelen op de bank. Vervelen is als het hevige verlangen naar het niets doen samenvalt met het ontbreken van gewenste, geprogrammeerde of opgelegde taken. En het is dan vrijwel onmiddellijk prominent. Vervelen is als je iets moet gaan verzinnen, en je hebt geen fantasie. Dat moet wel leiden tot observatie.
Opeens zie ik mijn kind staan. Onder de klok.
Voor hem heeft dat geen betekenis dan dat het je kan leren hoe laat het is.
En dan nog is het een ding aan de muur met ronddraaiende dingen.
Zo anders dan bij mij. Als ik er naar kijk gaat mijn hoofd vanzelf meedraaien.
De klok gaat steeds luider tikken en vergiftigt mijn waarnemen met willen moeten of moeten willen.
Als je mijn zoon bent, twee jaar bent en de tijd en ruimte met me deelt, maar niet de consequenties. Als je een grote zak knikkers op onze tafel van twee omkeert, ze over de rand op de vloer ziet vallen. Ze zich willekeurig naar alle kanten door de kamer ziet rollen, onder banken en kasten. En je weet niet hoe laat het is. En ik het je ook niet zal leren. Dan kan het geen kwaad, sterker nog, dan is het best geestig.
Twee kinderen gingen je reeds voor. Die kregen klokkijken en horloges als beloning.
Die moeten ook op tijd naar school en naar bed. Die moeten haasten en op tijd komen.
Jij laat de stuiters glazig liggen kijken, daar waar ze gerold zijn. Ik zal ze moeten opruimen.
Het is mijn tijd, niet de jouwe.
Stuur door
Dit is niet OK