HC, Utrecht, 8 februari 2008
Je liet je vallen,
tegen de dienstregelingborden,
zonder enig respect voor de zorgvuldige planning
van de Nederlandse Spoorwegen
of de onzachtheid
van hun werkelijk nut.
Jij lag tegen mijn lippen,
je blik op mijn blik,
en de contouren verdwenen.
De trein veel te vroeg,
om je nog mee te kunnen nemen.
Tot dat moment had je me nooit verteld,
dat men zorgeloos zijn kon,
in het stilstaan van het hier en nu,
noch dat de bejaarde treinenzoekers
verdwijnen zouden
in een ander dimensie,
die ons niet raakte,
alsof ie er niet was.
Hoewel we er een oogwenk geleden
nog vanzelfsprekend deel van waren,
in onze fysieke staat van zijn,
met onze slaafse gedachten
en de voeten op de harde tegels
in het ontnuchterende licht van Hoog Catherijne,
bij nacht.
Werden de borden zacht als kussens,
in de wijkende concentrische cirkels
van mijn geestige oog.
Dat er geen reden tot gaan was,
en de klok wanhopig tikte,
om ons ongehoorzame oor, en oor.
Dat we realisten waren,
dat stond buiten kijf.
Het stopte,
omdat een mens gaan moet,
al weet hij nooit waarom,
precies.
Stuur door
Dit is niet OK